Baltisse, het investeringsvehikel van Filip Balcaen, heeft in de luwte een bedrijf opgericht om windenergieprojecten te bouwen. Het botst daarbij op heel wat burgerprotest in Vlaanderen.
De discrete West-Vlaamse investeerder Filip Balcaen richt zich na zonne- nu ook op windenergie. Met zijn investeringsvehikel Baltisse richtte hij Spark Power op, een ontwikkelaar die vanuit Gent windmolenprojecten wil uitbouwen in Europa.
Spark Power werd eind 2023 opgestart, maar bleef aanvankelijk onder de radar. Intussen werkt het in Vlaanderen aan een handvol projecten langs snel- en gewestwegen, onder andere in de West-Vlaamse gemeenten Kortrijk, Oostkamp en Zonnebeke. Er loopt een project in Linter (tussen Tienen en Sint-Truiden) en in Limburg mikt het bedrijf op een windturbinepark in Tongeren-Borgloon. Ook in Wallonië en elders in Europa speurt het naar mogelijke locaties.
Balcaen, die fortuin maakte met de verkoop van het familiale tapijtbedrijf Balta (Balcaen tapijten) en de vinylfirma IVC, ontpopte zich met Baltisse als een van Vlaanderen grote serie-investeerders, zowel in durfkapitaal (private equity) en beursgenoteerde bedrijven als in vastgoed.
Spark Power is niet zijn eerste avontuur in hernieuwbare energie. Balcaen was een van de hoofdaandeelhouders in het mediaschuwe Origis, een ontwikkelaar van zonneparken in de VS en Europa. In 2016 investeerde hij met zijn investeringsfonds 100 miljoen dollar in het van oorsprong West-Vlaamse bedrijf uit Waregem, dat nadien uitgroeide tot een van de grootste vijf zonneontwikkelaars in de VS. Balcaen cashte in 2021 samen met zijn investeringskompaan Paul Thiers (ex-Unilin) en verkocht Origis aan de financiële reus Global Atlantic.
‘Na eerder stappen met Origis in zonne-energie, willen we nu met Spark Power het immense potentieel aan onshorewindenergie maximaal aanboren’, zegt Benjamin Biesmans, de investeringsdirecteur van Baltisse, in een mededeling op de website. ‘De noodzakelijke energietransitie vereist dat investeerders er volop hun schouders onder zetten. Wij hebben daar vanuit Baltisse in het verleden al aan bijgedragen en willen dat blijven doen.’
Balcaen richt het visier op windenergie op een moment dat die markt in België het moeilijk heeft. De beste plekken zijn intussen al ingenomen en zoals elke ontwikkelaar botst ook Spark Power op fel verzet van burgerbewegingen die liever geen windturbines in hun achtertuin zien verschijnen.
In Kortrijk bijvoorbeeld, langs de E403, ambieert het bedrijf een windturbine van 230m hoog. Vlaanderen verleende in oktober een omgevingsvergunning, maar het stadsbestuur van Kortrijk ging daar onmiddellijk tegen in beroep, nadat verschillende omwonenden bezwaar hadden gemaakt. Ook de andere projecten krijgen af te rekenen met protesten en actiecomités. In Zonnebeke bevestigde een buurtbewoner een symbolisch gekruisigde heks aan een zelf ineengeknutselde windturbine met het opschrift ‘Spark Power’.
Door jarenlange procedureslagen is het in het dichtbevolkte West-Europa een lijdensweg voor ontwikkelaars die een windproject gerealiseerd willen krijgen. In 2025 kwamen er in Vlaanderen nauwelijks elf windturbines bij, het laagste aantal in vijftien jaar, zo maakte de sector onlangs bekend. De Vlaamse Windenergie Associatie (VWEA) vreest dat door de vele hindernissen de Vlaamse doelstellingen voor windenergie onhaalbaar worden. Het aantal vergunningsaanvragen voor windturbineprojecten lag vorig jaar de helft lager dan in de voorgaande jaren.
Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V) kondigde in mei vorig jaar strengere afstandsregels aan voor de ‘superwindmolens’ van meer dan 200 meter hoog. Die grote turbines, zoals ook Spark Power ambieert, moeten voortaan op minstens drie keer hun eigen tiphoogte van de dichtsbijzijnde bewoning staan. Door die maatregel blijft er in de praktijk in Vlaanderen nauwelijks nog ruimte over voor de modernste en meest performante grote turbines. Op de locaties waar wel nog plaats is, zoals in Linter, verdringen verschillende bedrijven elkaar om hun project gerealiseerd te krijgen.
Door Tobe Steel – Het Nieuwsblad